zondag 22 november 2015

Van dorp naar stad ...



VAN HET DORP TERUG NAAR DE STAD
SULTANPUR … KOLKATA

Het is nog mistig en fris - toch voor een Indiër - als we om 6.15 A.M. de campus van SSDC verlaten. We rijden naar “Subhas Chandra Bose”, de luchthaven van Kolkata. Subhas Chandra Bose, was een van de vrijheidsstrijders in de jaren ’40 van vorige eeuw. Hij wou India gewapenderhand heroveren op de Engelsen en richtte het INA - Indian National Army - op. Door de ene geliefd, de andere gehaat. Heel menselijk wellicht, zoals ook nu weer blijkt uit de dagelijkse realiteit. In West-Bengalen wordt hij verheerlijkt, terwijl Mohandas Gandhi en Jawaharlal Nehru hier wel boosdoeners lijken. Zij wilden immers een onafhankelijke en overheersende hindoestaat en veroorzaakten door een gebrek aan aandacht voor een minderheid van moslims de splitsing van het Raj, het grote Indische rijk. Mohammad Ali Jinnah, een moslim uit Gujarat en een vaak vergeten speler in het verhaal van de onafhankelijkheid en de opdeling van India, had dan ook maar één alternatief: de oprichting van een eigen moslimstaat, Oost- en West-Pakistan. Deze informatie is uiteraard te beperkt om volledig te zijn, maar daar heb je zeker één en zelfs meerdere boeken voor nodig.

Nu rijden we van het dorp naar de stad, van Sultanpur in de Sunderban naar Kolkata.

Het is nog vroeg, maar dat merk je alleen aan de kilte en het uur. Overal zorgen houtskoolvuurtjes en -kacheltjes met meer dan een kleine rookpluim voor de opwarming van de aarde. Het eerste water wordt gekookt, de eerste tsja -lekkere Indische thee - gedronken. Aan elk theestalletje - en dat zijn er vele - zitten mannen hun eerste verhalen van de dag te vertellen. Vrouwen aan de theestalletjes zijn eerder zeldzaam. Je ziet ze al wel aan de pounds, de grote waterplassen of zelf gegraven vijvers. De uitgegraven zware leemgrond werd gebruikt als bouwmateriaal voor de hutten en huizen, in alle maten en modellen. De vrouwen in het water of aan de waterkant wassen zichzelf en de kleine kinderen, doen de was of de afwas. Badkamer en keuken zijn er niet, water en sanitair ontbreekt zo goed als overal. Stromend noch zuiver water werden en worden door de overheid voorzien. Hier en daar een waterpomp, meestal zelf geplaatst of in samenwerking met SSDC of andere sociale organisaties. Het totale gebrek aan zuiver water in deze regio en op zeer vele plaatsen in India is een van de belangrijkste oorzaken van chronische ziekten, zowel bij kinderen als bij volwassenen. Beeld je even in … het water in de pound is vervuild door rotzooi en afval, door urine en uitwerpselen van dier én mens, door viezigheid van allerlei aard, door ongekende en vaak giftige producten. In dit water doe je de afwas, in dit water ga jij je wassen, met dit water poets en spoel je je tanden, in dit water ga jij je “verfrissen” en plonsen de kinderen … zo nodig, want de temperatuur stijgt meestal boven 30 graden. Huidziekten, maag- en darmklachten en zoveel meer zijn daarvan het gevolg. Het is slechts één van de vele uitzichtloze situaties.

Ondertussen zorgen niet alleen de houtskoolvuurtjes maar ook de zon voor de opwarming van de aarde. Dit laatste, voorlopig een deugddoende opwarming. De ontwakende natuur trekt mij even weg uit de ruwe realiteit. De lotusbloemen, wit en paars staan nog open. Het is nog even genieten vooraleer zij hun schoonheid verbergen en bewaren voor de nacht. Waarom kan het niet andersom zodat we volop mee kunnen genieten ?

Het is een vreemde tegenstelling die je hier ontmoet: de schittering van de natuur tegenover de duistere armoede van de mens. Ligt het antwoord in de symbolische betekenis van de lotus “groei naar verlichting”, haar gegeven door het boeddhisme en het hindoeïsme en ontstaan uit het groeiproces van de bloem zelf ? De lotusbloem ontspringt immers in de modder onder water en groeit dan krachtig naar het licht, wordt een prachtige bloem. Is ons menselijk groeiproces vergelijkbaar ? Uit onwetendheid en lijden groeien naar kennis en verlossing om uiteindelijk verlichting te bereiken ?  De mens op weg naar meer mens - zijn, meer en mooier leven. De actualiteit stemt ons zeker niet hoopvol.  Voor de bewoners van de Sunderban - voor zover zij dergelijke vergelijkingen al zouden maken - alvast een onrealistisch verhaal, een naïeve droom. 


In ontwaak uit mijn droom, als we voor de gesloten overweg staan in Netra, een dorp zoals vele anderen, alleen met dit verschil dat de trein naar Kolkata er stopt en dagelijks heel wat potentiële klanten naar het kleine station brengt. Rond, op en tussen de sporen worden groenten en fruit, vis en vlees, opgeslagen en te koop aangeboden. Soms echte kleurrijke kunstwerkjes als het gaat over fruit en groenten. Onhygiënische en weinig appetijtelijk als het gaat over vis en vlees. Toch draait de verkoop. Een tiental minuten kan ik alles in mij opnemen en proberen te begrijpen hoe zij overleven en wij door dit alles zwaar zouden lijden. Alhoewel, ik ben al twee maand in India. Wat ik eet wordt op dezelfde marktjes gekocht, met hetzelfde water gewassen en gekookt. Tot nu toe leef ik nog en hopelijk duurt het nog wel even, er is nog zoveel te doen.

In Amtala zijn we halfweg, het drukste punt tussen Sultanpur en Kolkata. De weg die zoals aangelegd, breed genoeg is wordt versmald door tientallen kraampjes en venters, door kooplustige voetgangers en fietsers. Dezelfde taferelen als twintig kilometer terug. Mensen uit de omliggende dorpen, mannen en vrouwen, ouderen en jongeren, ook kinderen, die hun soms schrale oogst proberen aan de man of vrouw te brengen, in tegenstelling tot de theestalletjes, hier meestal vrouwen. Soms ligt er alleen een hoopje aardappelen of ajuinen, ladyfingers of mini komkommers, een “bussel” vastgebonden kippen smachtend naar adem en hoopvol maar vergeefs uitkijkend naar de komst van Gaia. Een ambulance met een wat hese sirene probeert hopeloos door en voor de file te geraken. Opzij gaan en wachten doen ze niet in India. Bovendien is er hier getoeter genoeg zonder dat er ooit iemand voor opzij gaat. Niet te begrijpen, maar wachten moet iedereen, hier dus ook de ambulance en de brandweer, zelfs de politie. Pech voor wie in de ambulance ligt of wacht op een vuur blussende waterstraal.  De politie, waarom zouden die door moeten ? Langzaam verdwijnt de natuur, verdrongen door een steeds chaotischer en vervuild stadsbeeld.

We rijden de voorsteden van Kolkata binnen en door. Onmiddellijk verschijnen de bekende taferelen en toestanden. Mensen, alleen of met de ganse familie langs de kant van de weg, op de stoep, aan de pomp of de kraan. Ze hebben buiten geslapen, ze leven buiten want er is voor hen geen plaats …



Drie, vier kinderen ongewassen met versleten en gescheurde kleedjes, broeken, bloesjes en T-shirts, te groot, te klein, zeker niet op maat, wroeten met blote handen in hoopjes en hopen afval. Ze zijn op zoek naar plastiek, papier, karton, metaal, alles wat verkoopbaar is. Al is het maar voor een paar roepies. Ook etensresten worden opzij gelegd of onmiddellijk “geproefd”. Deze taferelen heb ik al vaak gezien, als ik in Kolkata ben, dagelijks. Ik heb moeite om mijn tranen te bedwingen, om niet boos te worden … Waarom lopen zoveel mensen hier achteloos aan voorbij, merken ze het niet, zijn ze eraan gewoon geraakt of is er toch niets aan te doen? Ik zal het nooit gewoon worden, gelukkig maar. De tijd die me nog rest om aan de luchthaven te geraken, blijft het beeld op mijn netvlies. De vragen blijven door mijn hoofd spelen: waar blijft de solidariteit, waar blijft de overheid ? Door de jarenlange werking in India, voornamelijk in Kolkata, weet ik dat er zeer vele mensen, individueel en samen, zich hiervoor engageren, oplossingen zoeken, geld sprokkelen, mensen helpen. Uit ervaring weet ik jammer genoeg ook dat dit vaak dweilen is met de kraan open of emmertjes water naar de zee dragen. En toch, toch is het deze daadwerkelijke betrokkenheid die ons recht van spreken geeft, die ons het recht geeft om stem te zijn voor stemlozen. Dé oplossing, duurzaam en structureel komt er vaak niet, nog niet, maar de aandacht voor deze mensen, al was het té kort en té beperkt, de hulp té weinig en tijdelijk, heel even heeft iemand bij hem of haar stilgestaan, hem of haar aangesproken. Heel even heeft iemand hem of haar laten ervaren dat ook zij mensen zijn, ook al leven ze - moeten ze leven - op de stoep, in de goot, naast de vuilnisbelt, in de rioolbuis.  

Neen, het is geen mooi verhaal, maar het moet verteld worden. Waarom zouden zij minder recht hebben op een menswaardig bestaan dan jij en ik?  Als ik uit de jeep stap, denk ik nog: verdomme wat blijven ze braaf !

In het vliegtuig naar Mumbai besef ik dat ik binnen een paar uur voor dezelfde realiteit zal staan. Mag ik jou ook dan nog mijn verhaal vertellen, het met je delen ?

Bart Massart
Mumbai, 22 november 2015



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen